Spuit 11

Spuit 11

Het is alweer anderhalve week geleden dat de carrière van Peter Janssen als dopingarts in de Volkskrant verscheen. Na publicatie nam de wielerwereld en media haar vaste posities in de loopgraven in. Er klonken geluiden als “de beerput moet helemaal leeg” en uit het andere kamp rees de vraag “wat voegt dit nog toe?”.

Ik heb een week rondgelopen met de gedachte dat we als wielervolgers na deze publicatie in klassieke rondjes draaien. Toch kwamen er ook wat oude en nieuwe inzichten bij me boven.

Als directeur van een ploeg met jonge renners vind ik dat ik van deze situatie iets van moet vinden. Wat betekenen deze verhalen en doping in het algemeen voor ons preventief beleid als Delta Cycling Rotterdam? Hoe moeten we als wielersport omgaan met beschuldigde entourage? Zijn we op de goede weg?

Ik schrijf hieronder over motivatie van sporters, de gevolgen van leven met een leugen en de toekomst voor recidivisten en tot doping aanzettende entourage.

1. Liefde voor de fiets

Waarom fietst iemand? Vrijwel alle sporters beginnen met een sport vanuit een liefde voor het spel, de vaardigheid, de competitie en het beter willen worden. Als wielerploeg is het vanaf dag 1 heel belangrijk continu te peilen waarom iemand fietst en wat men wil bereiken. Hierbij moeten we rekening houden met kwetsbare factoren die tot valsspelen kunnen leiden. Het gaat hierbij om factoren als iemands persoonlijkheid, het systeem en de fase van ontwikkeling waarin iemand zit.

In een cultuur van speculatie over gebruik van anderen, druk op prestatie en een lage moraal is de kans op dopinggebruik vele malen groter. Een eerlijke sport en begeleidingsstaf zorgt voor minder angst om iets te missen, meer nadruk op iemands gezondheid, persoonlijke ontwikkeling en een hogere moraal van een persoon en een ploeg.

Het is onze taak als begeleiders om sporters regelmatig van een afstandje naar zichzelf en zijn omgeving te laten kijken. Interventies als ploeg moeten onder andere gericht zijn op de gezondheid van lichaam en geest, geduld, taakgerichtheid, het leven is meer dan sport en een ‘mastery climate’. Dat kan geloofwaardig worden gedaan in een open sfeer waarin de begeleiding fouten – uit het verleden – erkent en laat zien geleerd te hebben.

2. Leugenvrij

Een bekentenis betekent leven zonder een grote leugen. Een opluchting. Als een pleister die van je mond gaat. Vrijheid die je eenieder gunt.

Voor (jonge) actieve renners kan een bekentenis van begeleiders helpen om overwegingen en acties van de toenmalige renner of coach, die nu (nog steeds) begeleider is, te zien. Het proces om vals te gaan spelen is geleidelijk en afhankelijk van veel factoren. Maak dat proces en de gevolgen bespreekbaar en de renner anno nu kan elke keer weer betere keuzes maken.

Daarnaast vind ik dat je het aan actieve renners verplicht bent te bekennen, zodat ze zelf kunnen bepalen of het een probleem is dat je net als vele collega’s valsspeelde. De keuze of die acties uit het verre verleden vandaag nog belangrijk en relevant zijn is niet aan de valsspelende begeleider. Die keuze is aan de renners van nu! Een bekentenis als disclaimer.

3. Hors categorie

Een paar jaar terug zag ik een documentaire van Bjarne Riis op Sporza. De man was zwaar depressief terwijl hij een professionele ploeg leidde. Zijn leugen, de klopjacht en zijn werk maakte hem doodongelukkig. Nu wil ‘Monsieur 60 procent’ terugkomen in de sport. Wat mij betreft is er geen plaats voor hem en andere beleidsbepalers met een focus op resultaat in plaats van taak. Voor mensen met een netwerk waarin doping makkelijk verkrijgbaar en altijd op de loer is. Wie zegt me immers dat hij niet weer de verkeerde cultuur meebrengt? En aan de documentaire te zien zou hij het ook niet moeten willen. Riis zette volgens ex-renners in zijn tijd als teammanager renners aan om te dopen. Net als Armstrong anderen onder druk zette te gebruiken. De sporter als slachtoffer van zijn onethische omgeving.  Are you in or out?

Ik zie een kans om voor types als Riis en Armstrong vanuit de wielerbonden een recidiveprogramma te ontwikkelen en niet akkoord te gaan met een uitleg als ‘toen was het een andere tijd’. We zijn het naar actieve sporters verplicht met bewijs en onderzoek te komen. Zondaars hebben dan de keuze tussen een schorsing voor het leven of een programma vanuit de bonden dat mogelijke terugval verkleint.

Tot die tijd hoop ik dat mogelijke partners, organisatoren en renners zelf een weloverwogen keuze maken met wie ze in zee gaan en welk systeem ze daarmee mogelijk in stand houden.

Conclusie
It is the environment, stupid!

In mijn eigen loopgraaf vraag ik al jaren om meer aandacht voor leveranciers, dokters, coaches, farmaceuten en eenieder die gewoon met een volgend slachtoffer door kan gaan als de vorige sporter is gepakt of gestopt. We moeten de banden verbreken met een cultuur waarin doping een logische keuze is. De toegang tot doping afsnijden en niet alleen focussen op een pakkans, maar ook op gezondheid van lichaam en geest. Voor onze sport en de renners van vandaag en morgen.

Dokter Janssen had tussen de regels door een prima en relevant punt over het systeem dat nog altijd niet klopt. De dopingcontrole en dopingstraf zijn een te beperkt instrument op weg naar een eerlijke sport. Doping bestrijden gaat om aandacht en doen we met zijn allen.

Frank Kwanten
Algemeen Directeur Delta Cycling Rotterdam

Reacties zijn uitgeschakeld.