Slinkse Van Dalen met dank aan Luuc Bugter op podium in openingsrit Normandië

Slinkse Van Dalen met dank aan Luuc Bugter op podium in openingsrit Normandië

“Als de mannen de hele week zo rijden als vandaag, dan gaan we de komende etappes nog mooie dingen van onze ploeg zien,” zei ploegleider Bennie Lambregts na de eerste etappe van de Tour de Normandie. Jason van Dalen reed na een late uitval, waarin ook Luuc Bugter een hoofdrol speelde, naar een verdienstelijke derde plaats.

Toen de renners gisterenochtend de gordijnen van hun hotelkamers opentrokken lag hen een onaangename verassing te wachten. Deze verassing uitte zichzelf in een vijf centimeter dikke laag sneeuw die het Normandische landschap wit kleurde. Het veranderde de zo typische Noord-Franse regio in een winter wonderland medio maart.

Daar de weersvoorspellingen verbetering beloofden gaf de organisatie via Facebook vrij snel te kennen dat er gewoon gestart zou worden aan de eerste etappe van de ronde. Een etappe die je er eentje zou kunnen noemen met een ‘typisch koersverloop voor de Tour de Normandie’. Wat is dat? Een typisch koersverloop in Normandië? “Alles behalve voorspelbaar,” weet Bennie Lambregts. Atypisch dus.

Vier renners kregen na lang vechten en strubbelen voor het peloton enige ruimte. “Je weet in Normandië nooit goed wat er gaat gebeuren in een etappe. Daarom wilde we graag meezitten in de kopgroep,” vertelt Lambregts. “Maar groepjes kregen geen enkele ruimte. Pas vanaf het moment dat er eenlingen wegreden liet het peloton een aantal renners wegrijden.”

Een voor een rijden de vier uiteindelijke koplopers weg uit het peloton. “De eerste twee vonden elkaar en wachten op het tweetal dat later aansloot,” zag ook Lambregts. Het wachten zorgde voor bijna een halvering van de voorsprong.

“Toen we richting de plaatselijke rondjes reden hebben we met het peloton dat gat snel dichtgereden,” zegt Jason van Dalen, die vorig jaar na de vierde etappe in Normandië met twee polsbreuken het strijdtoneel vroegtijdig moest verlaten. “In de laatste ronde hebben we daarna onze kans gegrepen. Luuc sprong weg met nog iets minder dan 20 kilometer te gaan en kreeg twee renners (Lienhard en Bol) in zijn wiel mee,” zag Van Dalen, die vanaf de eerste rij in het peloton toekeek.

“Op dat moment dacht ik: als er nu nog iemand naar Luuc probeert toe te springen, dan ben ik mee,” dacht de Westlander. En precies dat gebeurde. “Een Deen probeerde het gat dicht te rijden en ik was meteen mee. I n mijn wiel zat de Eritreeër Habtom. Die Deen die riep steeds tegen mij ‘overnemen! overnemen!’ en dan riep ik terug ‘rijden!’. Op een gegeven moment was het gat naar de kopgroep met Luuc nog 50 meter. Toen ben ik over die Deen heen gekomen en er in een ruk zelf naartoe gereden.” De Eritreeër kon volgen, de Deen niet.

“Toen ik vooraan aansloot zag ik meteen dat Luuc een beetje op was. Normaal gesproken is hij zo sterk dat hij makkelijk mee kan, maar hij moest er af.” Nog vier koplopers over. “De samenwerking tussen Bol, Lienhard en mij was perfect,” aldus Van Dalen. “Die Eritreeër was het vijfde wiel aan de wagen.”

Ook in het peloton deden de mannen van de Rotterdamse formatie knap werk. “Ik had auto twee geloot, dus ik kon alles goed zien,” lacht Bennie Lambregts. “De hele ploeg deed samen met de renners van SEG goed afstopwerk.”

“Pas in de laatste paar kilometer durfde ik achterom te kijken,” herinnert Jason van Dalen. “Toen zag ik dat we best een aardige voorsprong hadden. Op dat moment durfde ik het spelletje wel te gaan spelen. Toen Lienhard al op 300 meter van het einde de sprint aanging dacht ik dat hij dat nooit vol zou houden. De finish liep iets bergop en ik zat in zijn wiel. Maar hij viel niet stil en uiteindelijk kwam Cees Bol nog net over mij heen. Derde.”

“De koers begint eigenlijk nu pas,” voegt Jason van Dalen toe. “We weten nu waar we staan en wat de concurrentie is. Morgen vliegen we er gewoon weer.” Ploegleider Bennie Lambregts denkt er hetzelfde over. “Deze lijn trekken we door. We rijden als ploeg goed gegroepeerd en van voren, gegeven het feit dat we met twee man in de beslissende groep van vijf zitten. Dat is heel goed. Morgen kan het met de wind op de plaatselijke omlopen rond Forges les Eaux weer spannend worden, maar als we zo rijden als vandaag, dan gaan we nog mooie dagen tegemoet.”

Reacties zijn uitgeschakeld.